Afrikaanse
vrouwelijk (de)/ˌafriˈkansə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) een vrouwelijke inwoner van Afrika, of een vrouw afkomstig uit Afrika
Etymologie
‘Pardon, mevrouw! Maar echt, Odelle, weet je zeker dat je niet stiekem een Afrikaanse koningin bent?’ ‘Ik kom uit Trinidad.’
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek