Afslag

mannelijk (de)/'ɑfslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitrit van een grotere naar een kleinere weg
    We hebben de afslag toch niet gemist?
    Na het nemen van de afslag ziet de weg naar boven er nog even mild uit, maar dan begint het asfalt al snel te welven.
    De afslag Utrecht Centrum was over 500 meter een feit, meldden de witte letters op het blauwe bord.
  2. numismatiek (numismatiek) een muntslag met originele stempels in een afwijkend metaal
    Dit is een afslag in zilver.
  3. muziek (muziek) een teken van de dirigent om het musiceren te beëindigen
    Na die volkomen foutieve inzet van de sopranen kon de dirigent alleen nog maar een afslag geven.
  4. economie (economie) een veiling waar de voorgestelde prijs geleidelijk verlaagd wordt
    De stadsomroeper was in 1795 verplicht om in de stad bekend te maken dat er vis aan de afslag te koop werd aangeboden.
  5. figuurlijk (figuurlijk) duidelijke verandering in iemands leven
    Elke keer dat je denkt te weten welke afslag het verstandigst is, hoe je je het best kunt verweren tegen dat wat jou pijn doet of beangstigt, neemt iets in je een loopje met je en knal je tegen het glas.
  6. het wegspoelen van grond door golfslag

Etymologie

* van afslaan

Uitdrukkingen

  • veiling bij afslag

Vertalingen

Engelsexit, Dutch auction
DuitsAusfahrt
Spaanssalida