Anker

onzijdig (het)/ˈɑŋkər/

Wat is de betekenis van Anker?

Anker betekent: (scheepvaart) onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker
  2. bouwkunde (bouwkunde) ijzeren voorwerp om muren, kozijnen en balken onderling te verbinden bijv. muuranker, balkanker, bintanker, blindanker, gevelanker, gripanker, haakanker, klauwanker, kozijnanker, sieranker, spouwanker, steenanker, strijkbalkanker, ankerplaat
  3. techniek (techniek) boogvormig deel in een uurwerk, dat met zijn beide armen beurtelings tussen de tanden van het schakelrad grijpt
  4. eenheid, verouderd (eenheid) (verouderd) oude inhoudsmaat voor wijn en vishandel (35 liter) zie ook kwartanker
  5. natuurkunde (natuurkunde) poolstuk, weekijzer plaatje tussen polen van een magneet om sterkteverlies tegen te gaan
  6. elektrotechniek (elektrotechniek) roterend deel van dynamo's en motoren, vaak omwikkeld met geïsoleerd draad ringanker, zie echter ook kooianker
  7. spel (spel) afbeelding op het biljartlaken bij het ankerkaderspel
  8. symbool van hoop, vertrouwen, zekerheid

Voorbeelden van "Anker" in een zin

  • We zagen de groteanker van het schip hangen aan de voorplecht.
  • Het oude gebouw had sierlijk bewerkte muurankers.
  • De slinger van de klok bracht het anker in beweging.
  • Hij had een paar ankers wijn gekocht om de winter door te komen.
  • Het kruis is het teken van het geloof, het hart is het teken van de liefde en het anker is het teken van de hoop.

Etymologie

*via Middelnederlands """ via Latijn "ancora" van "ἄγκυρα" (ankura), in de betekenis van ‘gestel om schip vast te leggen’ aangetroffen vanaf 1240

Uitdrukkingen

  • hij ligt voor ankerhij is overleden
  • het anker lichtenervandoor gaan

Vertalingen

Engelsanchor, anchor plate, wall washer
Fransancre, ancre, ancre de façade
DuitsAnker, Anker, Maueranker
Spaansancla, áncora
Italiaansancora
Turksçapa, çipo, demir
Zweedsankare