Anker
Wat is de betekenis van Anker?
Anker betekent: (scheepvaart) onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker
Betekenis
- (scheepvaart) onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker
- (bouwkunde) ijzeren voorwerp om muren, kozijnen en balken onderling te verbinden bijv. muuranker, balkanker, bintanker, blindanker, gevelanker, gripanker, haakanker, klauwanker, kozijnanker, sieranker, spouwanker, steenanker, strijkbalkanker, ankerplaat
- (techniek) boogvormig deel in een uurwerk, dat met zijn beide armen beurtelings tussen de tanden van het schakelrad grijpt
- (eenheid) (verouderd) oude inhoudsmaat voor wijn en vishandel (35 liter) zie ook kwartanker
- (natuurkunde) poolstuk, weekijzer plaatje tussen polen van een magneet om sterkteverlies tegen te gaan
- (elektrotechniek) roterend deel van dynamo's en motoren, vaak omwikkeld met geïsoleerd draad ringanker, zie echter ook kooianker
- (spel) afbeelding op het biljartlaken bij het ankerkaderspel
- symbool van hoop, vertrouwen, zekerheid
Voorbeelden van "Anker" in een zin
- We zagen de groteanker van het schip hangen aan de voorplecht.
- Het oude gebouw had sierlijk bewerkte muurankers.
- De slinger van de klok bracht het anker in beweging.
- Hij had een paar ankers wijn gekocht om de winter door te komen.
- Het kruis is het teken van het geloof, het hart is het teken van de liefde en het anker is het teken van de hoop.
Betekenis en uitleg van Anker
Een anker is een zwaar voorwerp dat wordt gebruikt om een schip op zijn plek te houden. Het voorkomt dat het schip wegdrijft door de kracht van de stroming of de wind, en zorgt zo voor stabiliteit en veiligheid.
Het woord 'anker' wordt vaak gebruikt in maritieme contexten, maar het kan ook figuurlijk worden toegepast. Bijvoorbeeld, iemand kan een 'anker' in hun leven zijn, wat betekent dat die persoon stabiliteit en steun biedt in moeilijke tijden. Het woord roept een gevoel van betrouwbaarheid en veiligheid op.
Voorbeelden
- De kapitein gooide het anker uit om het schip veilig in de haven te verankeren.
- Na het verlies van zijn baan voelde hij zich als een schip zonder anker, totdat zijn vrienden hem steunden.
- Het anker van de oude boot was zo roestig dat het bijna niet meer te gebruiken was.
Woordoorsprong
Het woord 'anker' is afgeleid van het Oudnederlands 'ankar', dat verwant is aan het Germaanse 'ankara'.
Veelgestelde vragen over Anker
Wat is de betekenis van Anker?
Anker betekent: (scheepvaart) onderdeel van een vaartuig dat overboord wordt geworpen om dit vaartuig vast te leggen waar niet aangemeerd kan worden, scheepsanker
Hoeveel betekenissen heeft Anker?
Anker heeft 8 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft Anker?
Anker is een onzijdig (het).
Wat zijn synoniemen van Anker?
Synoniemen van Anker zijn: poolstuk.
Hoe gebruik je Anker in een zin?
Voorbeeld: “We zagen de groteanker van het schip hangen aan de voorplecht.”
Etymologie
*via Middelnederlands """ via Latijn "ancora" van "ἄγκυρα" (ankura), in de betekenis van ‘gestel om schip vast te leggen’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- hij ligt voor anker — hij is overleden
- het anker lichten — ervandoor gaan