Arena
mannelijk/vrouwelijk (de)/a'rena/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde), (sport), (toneel) schouwtoneel, met meestal niet meer dan een zanderige bodem, waar bijv. sportwedstrijden, gevechten of circusvoorstellingen gehouden wordenDe dompteur betrad de arena met een fikse zweep in de hand en opende de kooi met de leeuw.
- (figuurlijk) achtergrond, setting waartegen iets zich afspeeltDe politieke arena.
Etymologie
*van Latijn "arena"
Vertalingen
Engelsarena
Spaansarena
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek