Aster

mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een geslacht uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). Vanwege de prachtige bloei (in bloemhoofdjes) zijn er veel cultivars als tuinplant gekweekt
  2. blauwe, witte, paarse of roze bloemen van zo'n plant

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn "aster", in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1633

Vertalingen

Engelsaster
Fransaster
DuitsAstern
Spaansáster, aster