Aster
mannelijk/vrouwelijk (de)/'ɑstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht uit de composietenfamilie (Compositae of Asteraceae). Vanwege de prachtige bloei (in bloemhoofdjes) zijn er veel cultivars als tuinplant gekweekt
- blauwe, witte, paarse of roze bloemen van zo'n plant
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn "aster", in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1633
Vertalingen
Engelsaster
Fransaster
DuitsAstern
Spaansáster, aster
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek