Azalea

mannelijk/vrouwelijk (de)/a'zaleja/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sierstruik van het geslacht rhododendron
  2. sierstruik horende tot de heidefamilie (Ericaeceae)

Etymologie

* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘sierstruik’ voor het eerst aangetroffen in 1769

Vertalingen

Engelsazalea