Baak
mannelijk/vrouwelijk (de)/bak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een vuurtoren
- (scheepvaart) een vast merk- of herkenningsteken om de koers van een schip of het verloop van vaarwater mee te bepalen
- (spoorwegen) (scheepvaart) een markeringsbord langs waterwegen of spoorwegen
- (aardrijkskunde) een heuvelrug of hoogte
- een lat, gebruikt in combinatie met een waterpasinstrument, met maatverdeling om hoogteverschillen en afstanden te kunnen meten
Etymologie
* In de betekenis van ‘vast merk dat vaarwater aangeeft’ voor het eerst aangetroffen in 1484
Vertalingen
Engelsbeacon
Spaansbaliza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek