Bataaf

mannelijk (de)/baˈtaf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) Germaanse bewoner van het rivierengebied in Nederland in de Romeinse tijd
    Ik zal me hier beperken tot de correspondentie van de commandant van het 9e cohort Bataven, Flavius Cerialis. Alleen al zijn naam is interessant. Normaal gesproken werden hulptroepen geleid door Romeinse officieren. Ook de namen van Cerialis zijn Romeins, maar we kunnen eruit afleiden dat het gaat om een Bataaf met Romeins burgerrecht.
  2. figuurlijk (figuurlijk) iemand uit Nederland
    Voor zover een opwaaiende zwartrok dat permitteert beent jezuiët Van Istendael driftig de recreatie-ruimte over om een puistige Hollander met de nieuwste editie van Het boek in Vlaanderen de walkman van de oren te slaan. Wel gedaan, meester surveillant. Nóg een hardleerse Bataaf met een Vlaams watermerk op zijn wang afgevoerd.
  3. politiek (politiek) (Nederland) iemand die de omwenteling in 1795 steunde
    Dat het principe van een vertegenwoordigende democratie op gespannen voet leefde met het ideaal van de volkssoevereiniteit was elke Bataaf volkomen duidelijk.

Etymologie

*van Latijn "Batavus"

Vertalingen

Engelsbatavian
Spaansbátavo