Belga
vrouwelijk (de)/ˈbɛlɣa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sigaret van het gelijknamige merkIk rookte een Belga van hem, tabak vervaardigd van oude bordeelmatrassen.
- (economie) (historisch) Belgische munteenheid van 1926 tot 1944Dat devalueert meteen de Belga met 28 procent.
Etymologie
*van Latijn "Belga"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek