Benjamin
mannelijk (de)/ˈbɛɲaˌmɪn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- jongste of jongere in een gezin, kring, gezelschap of vereniging
- lieveling, troetelkind
Etymologie
*(eponiem) van "Benjamin", vernederlandste vorm van , in de Bijbel de jongste zoon van en , in de betekenis van ‘jongste zoon’ voor het eerst aangetroffen in 1649
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek