Bever

mannelijk (de)/ˈbevər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. knaagdieren (knaagdieren), benaming voor zoogdieren uit het geslacht , met platte staart die meestal in het water vertoeven, of
    Vol ongeduld wachten ze op topsoorten als otter en bever, ze gaan op zoek naar ringslangen en duiken onder water voor snoeken, ze speuren naar ringslangen en zilvermeeuwen.
  2. scouting (scouting) jongste leeftijdsgroep bij de padvinders (6 - 8 jaren)
    Bevers mogen drie keer komen kijken voor ze besluiten om lid te worden van de scoutinggroep.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "bever" van Oudnederlands "bivur", in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 918

Vertalingen

Engelsbeaver
Franscastor
DuitsBiber
Spaanscastor
Italiaanscastoro
Russischбобр
Japansビーバー
Turkskastor, kunduz
Poolsbóbr
Zweedsbäver
Deensbæver