Biel

mannelijk/vrouwelijk (de)/bil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. spoorwegen, verouderd (spoorwegen) (verouderd) biels, houten dwarsligger gebruikt bij aanleg van spoorbanen

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dwarsligger’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1914

Vertalingen

Spaanstraviesa