Binnenweg
mannelijk (de)/ˈbɪnə(n)ˌwɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een minder belangrijke weg meestal vooral voor plaatselijk verkeer of als sluiproute gebruiktHij was er sneller, omdat hij een binnenweg genomen had.De toeristische route ging over mooie binnenweg.
Vertalingen
Engelsshort cut
Fransraccourci
DuitsAbkürzung, Abkürzungsweg
Spaansatajo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek