Binnenweg

mannelijk (de)/ˈbɪnə(n)ˌwɛx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een minder belangrijke weg meestal vooral voor plaatselijk verkeer of als sluiproute gebruikt
    Hij was er sneller, omdat hij een binnenweg genomen had.
    De toeristische route ging over mooie binnenweg.

Vertalingen

Engelsshort cut
Fransraccourci
DuitsAbkürzung, Abkürzungsweg
Spaansatajo