Bliek
mannelijk (de)/blik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) een zoetwatervis die tot de karperachtigen behoort
Etymologie
*van Middelnederlands "bliec", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1291
Vertalingen
Spaansbrema blanca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek