Boeg
mannelijk (de)/bux/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) de voorkant van een schipAls ik de haven van Philadelphia binnenrijd, torent de elegante boeg torenhoog boven de kade uit. Ik ben hier voor een bezoek aan de SS United States, een gigantisch stoomschip dat ooit het ultieme symbool was van reizen in grootse stijl. Pia de Jong NRC 24 mei 2016
Etymologie
* In de betekenis van ‘voorste deel van schip’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Uitdrukkingen
- iets voor de boeg hebben — iets nog moeten doen of meemaken
- het over een andere boeg gooien — iets op een andere manier proberen te doen
Vertalingen
Engelsbow
Fransétrave, proue
DuitsBug
Spaansproa
Italiaansprua
Portugeesproa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek