Bolster
mannelijk (de)/ˈbɔlstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) ruwe huls van een noot of kastanjeAls je de kastanjes kookt, springt de bolster gewoonlijk open.
- kaf, nutteloze hulzen van graan of peulvruchten
- een met kaf gevuld kussen
- de bovenste, als turf niet bruikbare laag van hoogveenDe bolster werd na voltooiing van de afgraving vermengd met de onderliggende zandgrond.
- (scheepvaart) zijdelings tegen de voorsteven geplaatste klos of kardoes waarop de boegspriet rustte
Etymologie
*Germaans ƀulstraz
Uitdrukkingen
- Ruwe bolster, blanke pit — Iemand die wat nors/onvriendelijk overkomt, maar een goede inborst blijkt te hebben
Vertalingen
Engelshusk
Fransbrou
DuitsSchale
Spaanscáscara
Zweedsskal
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek