Broek

vrouwelijk (de)/bruk/

Wat is de betekenis van Broek?

Broek betekent: (kleding) kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
  2. valkerij (valkerij) de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot
zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) een drassig/moerassig gebied

Voorbeelden van "Broek" in een zin

  • Ook bij de elegante, wijde pantalons met korte jasjes die de afgelopen week voortdurend voorbij kwamen op de catwalks in Milaan en Parijs - het moet raar lopen, wil de broek met rechte, wijde pijpen geen succes worden - gingen de gedachten geregeld naar Lanvin. Lanvin is een referentiepunt geworden in de mannenmode.Milou van Rossum NRC 26 januari 2016
  • Het water werd langzaam bruin en mijn kleren weer schoon. Ik wrong alles uit en hing mijn druipende shirt, sokken en broek op het balkon.
  • Een wijde zwarte broek die onder het lopen opbolde als een matrozenbroek.
  • Vanaf Asten liep vroeger een voetpad door het broek van Asten, Ommel en Vlierden richting Brouwhuis en Helmond.[http://www.heemkundekringdevonder.nl/archieven/redactie/pdf/vonder-22-3.pdf DE VONDER], september 2016

Betekenis en uitleg van Broek

Een broek is een kledingstuk dat de benen bedekt en meestal van de taille tot de enkels reikt. Het is een veelzijdig onderdeel van de garderobe, dat in verschillende stijlen en materialen komt, zoals jeans, Chino's of stoffen broeken.

Het woord 'broek' wordt in de dagelijkse taal vaak gebruikt om te verwijzen naar casual of formele kleding voor de onderlichaam. De keuze voor een bepaalde stijl kan afhangen van de gelegenheid; bijvoorbeeld, een spijkerbroek voor een informele bijeenkomst of een nette pantalon voor een zakelijke setting. Daarnaast zijn er veel variaties, zoals korte broeken voor de zomer of sportieve broeken voor actieve vrijetijdsbesteding.

Voorbeelden

  • Hij droeg een spijkerbroek met een kleurrijk T-shirt naar het feest.
  • Tijdens de sollicitatie besloot ze een nette broek te dragen om een professionele indruk te maken.
  • In de zomer ruilde hij zijn lange broek in voor een korte broek om het warmer te hebben.

Woordoorsprong

Het woord 'broek' heeft zijn oorsprong in het Middelnederlands, waar het verwijst naar een kledingstuk dat de benen bedekt. Het is verwant aan het Engelse woord 'breeches', dat ook een soort onderkleding aanduidt.

Veelgestelde vragen over Broek

Wat is de betekenis van Broek?

Broek betekent: (kleding) kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult

Hoeveel betekenissen heeft Broek?

Broek heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft Broek?

Broek is een vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je Broek in een zin?

Voorbeeld: “Ook bij de elegante, wijde pantalons met korte jasjes die de afgelopen week voortdurend voorbij kwamen op de catwalks in Milaan en Parijs - het moet raar lopen, wil de broek met rechte, wijde pijpen geen succes worden - gingen de gedachten geregeld naar Lanvin. Lanvin is een referentiepunt geworden in de mannenmode.Milou van Rossum NRC 26 januari 2016

Etymologie

*: брюки

Uitdrukkingen

  • De broek aan hebbende baas spelen (van een vrouw over haar man), het voor het zeggen hebben
  • De eigen broek kunnen ophoudenZichzelf weten te redeen (m.n. in financieel opzicht)
  • De broek lappen en het garen toegevenEen dienst verlenen die in verhouding tot de opbrengst erg veel tijd en/of geld kost, of waar uitsluitend verlies op wordt gemaakt
  • Een te grote broek aanhebbenEen te grote mond hebben, aanmatigend zijn
  • Het in zijn broek doenErg bang zijn (waarbij men soms ook letterlijk urine/ontlasting verliest)
  • Iemand achter de broek (of: veren/vodden) zittenIemand nauwlettend in de gaten houden of opjagen
  • Iets aan zijn broek krijgen/hebbenMet iets moeilijks, onaangenaams e.d. opgescheept worden/zijn
  • Mijn broek zakt ervan afUiting van sterke verbazing of van hevige verontwaardiging

Vertalingen

Engelstrousers, pants
Franspantalon
DuitsHose
Spaanspantalón
Italiaanspantalone
Russischбрюки
Japansパンツ
Turkspantolon
Poolsspodnie
Zweedsbyxor
Deensbukser