Buizerd
mannelijk (de)/ˈbœyzərt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (havikachtigen) bepaald soort middelgrote roofvogel, , die vooral van veldmuizen leeftEr is gevaar gesignaleerd: er vliegen twee buizerds, duiven zijn angstig voor de roofvogels, wat een snelle landing kan verhinderen. Een buizerd is te traag om duiven te pakken, zegt Gerard. Maar haviken en slechtvalken grijpen regelmatig een duif uit de lucht.Steven Verseput NRC 13 april 2016
Etymologie
*van "busard", in de betekenis van ‘roofvogel’ aangetroffen vanaf 1567
Vertalingen
Engelsbuzzard, hawk
Fransbuse
DuitsBussard
Spaansratonero común, águila ratonero, busardo ratonero
Italiaanspoiana
Portugeeságuia-d'asa-redonda
Russischобыкновенный канюк
Chinees普通鵟
Japansヨーロッパノスリ
Koreaans말똥가리
Arabischحوام شائع
Turksbayağı şahin
Poolsmyszołów zwyczajny
Zweedsormvråk
Deensmusvåge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek