Clementine
vrouwelijk (de)/ˌklemɛnˈtinə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) (fruit) variëteit mandarijn met minder pitten en een minder zure smaakWij hebben een clementine gepeld en gegeten.
- (religie) (rooms-katholiek) door paus Clemens uitgevaardigde richtlijnen aangaande kerkelijke riten
Etymologie
*[1] (eponiem), van "clémentine", in 1902 door de Franse botanist vernoemd naar de 19e-eeuwse Franse pater die de vrucht in Algerije kweekte, in de betekenis van ‘variëteit van mandarijn’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek