Daalder

mannelijk (de)/'daldər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. numismatiek (numismatiek) een oude munt ter waarde van f1.50
    Op de markt is uw gulden een daalder waard.

Etymologie

* Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘zilveren munt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1566

Uitdrukkingen

  • De eerste klap/Een goed begin is een daalder waard.Wie als eerste met iets begint, is in het voordeel ten opzichte van anderen die met hetzelfde bezig zijn
  • Een koekoeksroep ter helft van maart, is voor de boer een daalder waard.Goed weer in maart is belangrijk voor de boer
  • Een paard van een daalderEen trots persoon
  • Iets voor geen houten daalder willenNiet willen dat iets gebeurt
  • Moed als een paard van een daalderVeel moed