Dalem

mannelijk (de)/'daləm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. woning van een vorst of aanzienlijk persoon op Java
    Een ander oudheidkundig wonder: het hindoeïstische tempelcomplex Prambanan is eveneens gesloten. En ook het kloppende hart van de stad, de ziel van Yogya, ligt er verlaten bij: het 'keraton', het paleis van de sultan. Alleen paleispersoneel mag het complex betreden, en allemaal moeten zij meehelpen met de grote schoonmaak. Zelfs de 'abdi dalem, de oude paleisbedienden, dragen mondkapjes.Volkskrant MICHEL MAAS 17 februari 2014,
    Het is nog altijd een eer om abdi dalem te zijn, zegt Trihastuti. ‘Een eer en een voldoening’, zegt zij, ‘om deel te hebben aan de kracht van het paleis.’ Centrum van die kracht is natuurlijk de sultan, die zelf zijn kracht weer put uit Ratu Kidul, de godin van de zee in het zuiden, en uit de Merapi, de vulkaan in het noorden.Volkskrant Michel Maas 1 juni 2006

Etymologie

* uit het Javaans