Dek

onzijdig (het)/dɛk/

Wat is de betekenis van Dek?

Dek betekent: laag die of vlak dat iets van boven afsluit:

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laag die of vlak dat iets van boven afsluit:
  2. scheepvaart (scheepvaart) een verdieping op een schip, scheepsdek
  3. deken (voor mens of dier)
  4. laag van haren of veren op de rug van een dier (-> verendek

Voorbeelden van "Dek" in een zin

  • Op de huizen lag een dek van sneeuw wat er heel romantisch uitzag.
  • De derde klas passagiers waren verzameld op het laagste dek van het schip.
  • Als ik dik in de poen zat, lag ik wel met mijn kont op het dek van een superjacht in Marbella, waar?
  • Ik legde een dek op het bibberende paard.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bedekking’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Uitdrukkingen

  • Alle hens aan dek

Vertalingen

Engelsdeck
Franspont
DuitsDeck
Spaanscubierta