Dirk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɪrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) lijn die vanuit de masttop de giek draagt bij weggenomen zeil
    Tijdens het zeilen dient het zeil de giek te dragen, de dirk moet dan slap hangen.
zelfstandig naamwoord
  1. hoogste leidinggevende, directeur
    De dirk kwam zelf kijken hoe het schoonmaken ging.

Etymologie

*[B] (verkorting) van directeur

Vertalingen

Engelstopping lift
Fransbalancine
DuitsDirk