Dobbelaar

mannelijk (de)/ˈdɔbəlar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die regelmatig met dobbelstenen speelt
    Daarmee zijn de natuurkundigen het komend halfjaar in de greep van de Grote Dobbelaar, voordat de volgende serie metingen meer zekerheid gaat bieden. Einstein deed de beroemde uitspraak „God dobbelt niet” om zijn intuïtieve afkeer van de fundamentele rol van het toeval in de quantumfysica uit te drukken. NRC Robbert Dijkgraaf 19 december 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/12/19/het-kijk-elders-effect-1569845-a1398943 Het kijk-elders-effect]
    “Dobbelaars en andere gokkers. Voor één categorie beleggers is het hervatten van de handel zeker interessant: beleggers zoals Lucerne Capital, die eerder aandelen Imtech tegen een hogere koers hadden verkocht, maar de aandelen toen niet hadden (zogeheten short selling). Zij kunnen de aandelen nu alsnog inkopen tegen een lage prijs. Dan hebben ze de koop- en verkooptransacties afgerond.” NRC Carlijn Vis 14 augustus 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/08/14/waarom-wordt-er-vandaag-nog-gehandeld-in-aandelen-imtech-a1495344 Waarom wordt er vandaag nog gehandeld in aandelen Imtech?]

Etymologie

* afleiding van dobbelen

Vertalingen

Engelsdicer, gambler