Domein

onzijdig (het)/doˈmɛin/

Wat is de betekenis van Domein?

Domein betekent: gebied waarin iets of iemand het voor het zeggen heeft (bijv. staatsdomein)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebied waarin iets of iemand het voor het zeggen heeft (bijv. staatsdomein)
  2. gebied waarin mensen gewoon zijn te vertoeven
  3. geestelijk gebied
  4. informatica (informatica) een groep computers in een netwerk met een gezamenlijk adres, bijv. een e-mailadres
  5. natuurkunde, elektrotechniek (natuurkunde) (elektrotechniek) gebied met een bepaalde dimensie (tijd, frequentie)
  6. domeinnaam
  7. biologie (biologie) een taxon dat bestaat uit een of meer rijken

Voorbeelden van "Domein" in een zin

  • Voor degenen die Aviceford Manor niet kennen: het is het kleinste van de drie landgoederen op de uitgestrekte domeinen van Ellis Abbey. Abdis Elfilda (inderdaad, de peettante van prinses Elfilda) had Emont Vis-de-Loup, de jongste zoon van lord Henry Vis-de-Loup, de vierde baron van Wilston, aangesteld als ambachtsheer van Aviceford.
  • Twente is het domein van de Tukkers.
  • De tuin is zijn domein en hij is er vaak te vinden.
  • In het domein van de discrete wiskunde is hij een kei, maar verder weet hij niet veel.
  • De stemmen waren er nog steeds, maar ergens onderweg van de slaapkamer naar de bank had haar geest enigszins houvast op haar eigen domein kunnen krijgen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gebied’ voor het eerst aangetroffen in 1602

Vertalingen

Engelsdomain
Spaansdominio