Domein
onzijdig (het)/doˈmɛin/
Wat is de betekenis van Domein?
Domein betekent: gebied waarin iets of iemand het voor het zeggen heeft (bijv. staatsdomein)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebied waarin iets of iemand het voor het zeggen heeft (bijv. staatsdomein)
- gebied waarin mensen gewoon zijn te vertoeven
- geestelijk gebied
- (informatica) een groep computers in een netwerk met een gezamenlijk adres, bijv. een e-mailadres
- (natuurkunde) (elektrotechniek) gebied met een bepaalde dimensie (tijd, frequentie)
- domeinnaam
- (biologie) een taxon dat bestaat uit een of meer rijken
Voorbeelden van "Domein" in een zin
- Voor degenen die Aviceford Manor niet kennen: het is het kleinste van de drie landgoederen op de uitgestrekte domeinen van Ellis Abbey. Abdis Elfilda (inderdaad, de peettante van prinses Elfilda) had Emont Vis-de-Loup, de jongste zoon van lord Henry Vis-de-Loup, de vierde baron van Wilston, aangesteld als ambachtsheer van Aviceford.
- Twente is het domein van de Tukkers.
- De tuin is zijn domein en hij is er vaak te vinden.
- In het domein van de discrete wiskunde is hij een kei, maar verder weet hij niet veel.
- De stemmen waren er nog steeds, maar ergens onderweg van de slaapkamer naar de bank had haar geest enigszins houvast op haar eigen domein kunnen krijgen.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gebied’ voor het eerst aangetroffen in 1602
Vertalingen
Engelsdomain
Spaansdominio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek