Dubloen
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) (numismatiek) oude Spaanse gouden munt
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘dubbele dukaat’ voor het eerst aangetroffen in 1596
Vertalingen
Fransdoublon
Spaansdoblón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek