Emir
mannelijk (de)/ˈemir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (adel), (persoon) Arabisch vorstOorspronkelijk was "emir" een eretitel die gegeven werd aan nakomelingen van Mohammed, via zijn dochter Fatima Zahra.
Etymologie
* Leenwoord uit het Arabisch, in de betekenis van ‘Arabisch opperhoofd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1619
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek