Faas
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (heraldiek) een der herautstukken; een horizontale band die het middelste derde deel van het veld van het wapen beslaatEen faas kan gegolfd, gepunt, verkort of getinneerd zijn en met andere stukken beladen.
Etymologie
*Afkomstig van Latijn "fascia".
Vertalingen
Engelsfess
Spaansfaja
Italiaansfascia
Portugeesfaixa
Japansフェス
Zweedsbjälke
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek