Faro
mannelijk (de)/ˈfaro/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (drinken) zwaar Belgisch bier met een zoetige smaak
Etymologie
* In de betekenis van ‘Zuid-Nederlandse biersoort’ voor het eerst aangetroffen in 1528
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* In de betekenis van ‘Zuid-Nederlandse biersoort’ voor het eerst aangetroffen in 1528