Fazant

mannelijk (de)/faˈzɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoendervogels (hoendervogels) bepaald soort kleurrijke vogel,

Etymologie

*via Middelnederlands "fasaen" van "faisan", in de betekenis van ‘hoendervogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Vertalingen

Engelspheasant
Fransfaisan
DuitsFasan
Spaansfaisán
Italiaansfagiano
Portugeesfaisăo
Russischфазан
Turkssülün
Poolsbażant
Zweedsfasan
Deensfasan