Fiep

mannelijk (de)/fip/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) zeer sterke preoccupatie in een beperkt interessegebied bij een persoon met autisme
    Ik zou het liefst de hele dag vertellen over mijn fiep, maar volgens Pien is dat erg onbeleefd.
  2. rubberen speen

Etymologie

*[2] (klanknabootsing) van een zuigend geluid

Vertalingen

Engelsspecial interest