Gaard
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (f)/(m)? (scheepvaart) bij een kaag: de kabels waarmee de spriet in de vaarrichting gehouden wordt
- (f)/(m)? de meestal gegalvaniseerde stalen draad met behulp waarvan riet op een dak strak gebonden wordt
- (f)/(m) taai, recht wilgenhout voor rijswerk
- (m) (verouderd) omheinde ruimte, tuin. Heden ten dage voornamelijk in eigennamen en samenstellingen
- (religie) paradijs
Etymologie
* In de betekenis van ‘omheinde tuin’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701
Vertalingen
Spaansjardín
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek