Gaffel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɣɑfəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) meer of minder van de mast schuin omhoog uitstaand rondhout, om de bovenkant van een zeil (het bovenlijk) uit te houden
  2. gereedschap (gereedschap) werktuig, met een steel die het ene einde in twee armen of tanden uitloopt
  3. het gewei van een tweejarig hert of ree met twee uiteinden
  4. heraldiek (heraldiek) een element in een Y-vorm, gelijkend naar een pallium
  5. benaming van verschillende voorwerpen die de vorm van een gaffel hebben

Etymologie

* In de betekenis van ‘tweetandige stok, vork’ voor het eerst aangetroffen in 1477

Vertalingen

Engelsgaff, pitchfork
Franscorne de vergue, fourche
DuitsGaffel, Gabel, Gabel
Spaansbotavara
Russischгафель
Poolsgafel
Zweedsgaffel