Geelgors

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) veel voorkomende gors met hoofdzakelijk geel verenkleed

Etymologie

* In de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Vertalingen

Fransbruant jaune
Spaansescribano cerillo