Gerven

/ˈɣɛrvə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) looien van leer
  2. ov, verouderd (ov) (verouderd) gereed maken, klaarmaken
  3. ov, verouderd, religie (ov) (verouderd) (religie) (katholiek) aandoen van het gewaad dat bij het ambt of de orde van een priester hoort
  4. inerg (inerg) nieuw dons en veren krijgen
  5. refl, verouderd, religie (refl) (verouderd) (religie) (katholiek) aantrekken van het gewaad dat bij het ambt of de orde van een priester hoort

Etymologie

* via Middelnederlands "gerven", "geerwen", "geruwen", "gaerwen" van Oudnederlands "gerwen"; afgeleid van "gaar"