God

mannelijk (de)/ɣɔt/

Wat is de betekenis van God?

God betekent: (religie) hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) hypothetisch bovennatuurlijk wezen dat verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid
  2. krachtterm (krachtterm) heel erg, gebruikt als linkerdeel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden als versterker van het rechterdeel; in feite samengesteld met God, maar geschreven met een kleine letter volgens

Voorbeelden van "God" in een zin

  • De god van de zee, de god van de oorlog.
  • Waren de goden kosmonauten?
  • Die willen alleen maar jam van bosaardbeitjes die zijn besproeid met zuiver spuitwater uit een verlaten bergdorp in het Amazonegebied en van akkers die zijn bemest met keuteltjes die God zelf uitgepoept heeft, maar ik vind Hero top.
  • Ze zitten de godganse dag achter de computer.

Etymologie

: Romaans: Latijn: "favēo" ‘begunstigen’ Peter Schrijver. 1991. The reflexes of the PIE laryngeals in Latin. Amsterdam - Atlanta: Rodopi: p. 441-2.

Uitdrukkingen

  • god mag weten wat/waarom/hoehet is mij volkomen onduidelijk

Vertalingen

Engelsgod
Fransdieu
DuitsGott
Spaansdios
Russischбог
Turkstanrı
Poolsbóg