Goudsbloem
vrouwelijk (de)/ˈɣɑutsblum/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort samengesteldbloemige sierplant met oranjekleurige bloemkroon,
- (kruid) verse of gedroogde bloemen van gebruikt in soepenof als kleurstof voor kaas, boter en andere levensmiddelen.
- (medisch) jonge bladeren en bloemen van , eetbaar en heilzaam voor gal en leverVan de plant worden ook zalf en tinctuur gemaakt met als eigenschap dat ze wondsamentrekkend, huidherstellend en desinfecterend werken. In de bloembladen zit etherische olie.
Etymologie
*, naar de kleur van de bloem
Vertalingen
Engelsmarigold
Franssouci
DuitsRingelblume
Spaanscaléndula, flamenquilla, flor de muerto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek