Graaf
mannelijk (de)/ɣraf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon met een voorname bestuurlijke functie of titel
- (verouderd) (vroege middeleeuwen) door de vorst aangewezen ambtenaar die het hoogste toezicht op de rechtspraak of een ander belangrijke activiteit uitoefent
- (leenstelsel), (adel) edelman, erfelijk bestuurder van een graafschap; oorspronkelijk leenman van een vorst, één rang lager dan markies, één rang hoger dan burggraaf, naderhand steeds meer zelfstandig heerser
- (adel) adellijke titel, niet meer verbonden aan een bestuurlijke functie
- (verouderd) uitgegraven waterloop, gracht, greppel
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) spade
zelfstandig naamwoord
- (wiskunde) (elektrotechniek) beschrijving van gegevens in de vorm van een verzameling punten, knopen genoemd, waarvan sommige verbonden zijn door lijnen, de zijden, kanten of takkenEen elektrisch netwerk is een voorbeeld waar de theorie van de gerichte grafen kan worden toegepast.
Etymologie
*[wiskundige beschrijving gegevens] van γραφή (grafè) "tekening"
Vertalingen
Engelscount, earl, graph
Franscomte
DuitsGraf
Spaansconde, grafo
Italiaansconte
Portugeesconde
Poolshrabia
Zweedsgreve
Deensgreve
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek