Griffioen
mannelijk (de)/ˌɣrɪfiˈjun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Oudgrieks fabeldier met de kop, voorpoten en vleugels van een adelaar en de romp, achterpoten en staart van een leeuw
Etymologie
*Afkomstig van het Middelnederlandse griffoene of grifoene, via het Oudfranse grifun (griffioen, roofvogel) ontleend aan het Latijnse gryphus, een verkeerde spelling van grypus, op zijn beurt een afleiding van het Oudgriekse γρυψ (griffioen, gier). De invoeging van de -i voor de -oen is waarschijnlijk gebeurd naar analogie van het woord schorpioen.http://www.etymologie.nl/http://www.etymonline.com/
Vertalingen
Engelsgriffin, griffon, gryphon
Fransgriffon
DuitsGreif
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek