Halen
/ˈhalə(n)/
Wat is de betekenis van Halen?
Halen betekent: (ov) ergens heengaan met als doel om iets of iemand mee terug te brengen
Betekenis
werkwoord
- (ov) ergens heengaan met als doel om iets of iemand mee terug te brengen
- bereiken van een doel
Voorbeelden van "Halen" in een zin
- Hij is even vrienden van het station aan het halen.
- De andere kinderen zochten hout, zetten tenten op en haalden water.
- Al snel zag ik in dat ik op deze manier Canada nooit zou halen, maar vooralsnog genoot ik van elke bloem.
Etymologie
:: hale, : holen, (, Oudsaksisch: halon), : helje (Oudfries: halia)
Uitdrukkingen
- Aan de haal gaan — ergens mee vandoor gaan
- Bakzeil halen — moeten toegeven
- Dat haal je de koekoek. — dat zal wel waar zijn
- De kastanjes voor iemand uit het vuur halen — Iemand anders het gevaarlijke werk laten doen
- De luizenkam erdoor halen. — Ongewenste zaken verwijderen.
- Door een ringetje halen (kunnen) — er goed verzorgd uit zien
- Een boterbriefje halen
- Een streep door de rekening halen — de schuld van iemand kwijtschelden en het er niet meer over hebben
Vertalingen
Engelsfetch, go get
Fransaller chercher
Duitsbekommen, erreichen, holen
Deenshente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek