Hun
mannelijk (de)/hʏn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lid van een nomadisch ruitervolk uit Mongolië dat in de 4e eeuw Europa binnendrongPas op, de Hunnen komen eraan!!!
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "hunne" van Oudnederlands "hunno"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek