Imme
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɪmə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- geheel van bijennest en bijenvolkEvenals bij Mehring en Gerstung zijn ook bij Steiner de werksters, de koningin, de darren en de raat onlosmakelijk met elkaar verweven tot het organisch geheel, de imme. Zij vormen samen het fysieke lichaam van de imme.
- honingbij, (in het meervoud om een bijenvolk aan te duiden)
- larve van waterjuffer
Etymologie
*van Middelnederlands "imme", cognaat met "imme", "Imme", "imme"/"imbe" en "imbi" en wellicht verwant met "imbed" "menigte" en Latijn "omnis" "al, geheel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek