Kaan

mannelijk/vrouwelijk (de)/kan/

Wat is de betekenis van Kaan?

Kaan betekent: knapperig uitgebakken overblijfsel van een stuk(je) varkensspek ook wel uitgebakken speklap, (met of zonder zwoerd)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. knapperig uitgebakken overblijfsel van een stuk(je) varkensspek ook wel uitgebakken speklap, (met of zonder zwoerd)
  2. verouderd (verouderd) een vliezige bovenlaag
  3. scheepvaart (scheepvaart) schip of scheepje, bootje, schuitje in het bijzonder van zekere vrachtschepen, varend op de Noordduitse rivieren

Voorbeelden van "Kaan" in een zin

  • Op beschimmelend bier vormt zich een kaan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits (Kahn), in de betekenis van ‘bootje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599