Kade

vrouwelijk (de)/ˈkadə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) beschoeide of gemetselde oeverstrook waaraan de schepen kunnen aanleggen
  2. waterbeheer (waterbeheer) lage dijk of tijdelijke kering

Etymologie

*(erfwoord), via Middelnederlands "cade" van Oudnederlands "kada", in de betekenis van ‘wal’ voor het eerst aangetroffen in 1111; dit woord gaat weer terug op een Keltisch woord voor haag, afscheiding

Vertalingen

Engelsquay, wharf
DuitsKai
Spaansmuelle