Kaffer

mannelijk (de)/ˈkɑfər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord, pejoratief (scheldwoord) (pejoratief) lomperd, stommeling
  2. zwarte Zuid-Afrikaan (vroeger), Bantoe in Zuid-Afrika
  3. onder woonwagenbewoners benaming voor iemand die niet uit een familie van woonwagenbewoners afkomstig is

Etymologie

*[2] van كَافِر (kafir) "ongelovige"