Karper
mannelijk (de)/ˈkɑrpər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) bepaald soort grote zoetwatervis met een hoge rug, die van oorsprong uit Azië komt,
Etymologie
*van Middelnederlands "carper" / "carpere", in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1285
Vertalingen
Engelscommon carp
Franscarpe
DuitsKarpfen
Spaanscarpa
Japansコイ
Zweedskarp
Deenskarpe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek