Kieviet

mannelijk (de)/ˈkivit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. steltloperachtigen (steltloperachtigen) bepaald soort weidevogel,
    Het rapen van de eieren van de kieviet is een traditie in Friesland.

Etymologie

*(klanknabootsing) van de baltsroep; van Middelnederlands "kievit", in de betekenis van ‘steltloper’ aangetroffen vanaf 1287