Klooster

onzijdig (het)/klostər/

Wat is de betekenis van Klooster?

Klooster betekent: (bouwkunde), (religie) een gebouw waarin een kloostergemeenschap gevestigd is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde), (religie) een gebouw waarin een kloostergemeenschap gevestigd is
  2. religie, metonymisch (religie), (metonymisch) een kloostergemeenschap als zodanig

Voorbeelden van "Klooster" in een zin

  • Monniken leven vaak in een klooster.
  • Hij had de foto van ons klooster speciaal voor mij ingelijst.
  • Bij de vijftiende-eeuwse kerk had vroeger een klooster gestaan.
  • Hij was van plan om een klooster te gaan stichten.
  • Soms antedateerde hij zijn geboortedatum, om aan te geven dat zijn vader eigenlijk nog geen priester was bij zijn geboorte, dan weer wilde hij suggereren dat hij heel jong was toen hij de beslissing nam het klooster in te gaan en de geloften af te leggen.

Etymologie

*Komt van het Latijnse woord claustrum (afgesloten plaats), dat weer van claudere (afsluiten) komt.

Vertalingen

Engelsmonastery, convent, monastery
Franscouvent, monastère, couvent
DuitsKloster, Kloster
Spaansconvento, monasterio, convento
Deenskloster