Koran

mannelijk (de)/koˈrɑn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. exemplaar van de Koran
    Een vrouw die er ten onrechte van werd beschuldigd dat ze een koran had verbrand, werd op 19 maart 2015 door een menigte in Kabul met stokken geslagen, van een dak gegooid, overreden en verbrand. Een aantal politici en religieuze leiders hebben gezegd dat de aanval gerechtvaardigd zou zijn geweest als de vrouw daadwerkelijk een koran zou hebben beschadigd. [http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.2344119 deredactie.be (19 mei 2015)]

Etymologie

*van "Koran", geschreven met een kleine letter volgens onder (3)

Vertalingen

Franscoran