Koriander

mannelijk (de)/ˌkoriˈjɑndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) zaden van
  2. specerij (specerij) gedroogde zaden van , veel gebruikt in de oosterse keuken
  3. kruid (kruid) (gedroogde) bladeren van

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plant, specerij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Vertalingen

Engelscoriander
Franscoriandre
DuitsKoriander
Spaanscilantro, culantro
Italiaanscoriandolo
Poolskolendra siewna
Zweedskoriander