Koriander
mannelijk (de)/ˌkoriˈjɑndər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (plantkunde) zaden van
- (specerij) gedroogde zaden van , veel gebruikt in de oosterse keuken
- (kruid) (gedroogde) bladeren van
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plant, specerij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Vertalingen
Engelscoriander
Franscoriandre
DuitsKoriander
Spaanscilantro, culantro
Italiaanscoriandolo
Poolskolendra siewna
Zweedskoriander
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek